De avond vooraf check ik de fiets nog even. Ik loop de banden na, voel aan de ketting en controleer of de derailleurs de blinkende ketting over de juiste tandwielen begeleid. Alles in orde. Ik draai me om en pak mijn felgroene Oakley van de plank, kijk even door de glazen en zie dat deze ook niet meer het schoonste zijn. Met de hoek van mijn shirt poets ik ze op, hijg even over de bovenkant en poets nog een keer. Ook die is er klaar voor.

Jengelend maakt de wekker duidelijk dat het zo ver is. Ik spring uit bed, poets m’n tanden, plas en trek m’n tenue aan. Ik ben er klaar voor. De trap af en snel het ontbijt uit de koelkast, gelukt!

Ik loop naar de fiets, pomp de banden op tot 7,7 bar en voel nog even of alles goed vast zit. De fiets gaat mee aan de hand, richting de auto. Een uurtje rijden, de nieuwe Live Slow Ride Fast podcast staat al klaar en Steven en Lau praten me naar het zuiden.

Graan en klaprozen. Franse taferelen.

Onderweg worden de plaatsnamen steeds bekender, van Eindhoven naar Kelpen-Oler en door richting Sittard. Dan komt de splitsing in de A2, richting Heerlen of toch Maastricht. De mevrouw vanuit mijn radio zegt vriendelijk met een Belgisch accent dat ik links Maastricht aan moet houden. Eigenwijs als ik ben stuur ik toch rechts richting Heerlen. Ik moet per slot van rekening in het midden zijn en van deze kant ben ik meteen bij de parkeerplaats. Waarom staat de navigatie eigenlijk aan als ik het zelf beter weet? Ik denk om de minuten af te tellen tot ik in kan klikken en de eerste heuvels tegenkom.

Niet veel later parkeer ik de auto naast het station en haal de fiets er uit. Ik stop de zakken op mijn rug vol met eten, wat geld en mijn telefoon. Mijn voeten klikken in en ik trap richting de eerste, de Cauberg. Ik start in Valkenburg voor een rondje van 150km alleen door het heuvelland. Alleen? Ik was hier nog nooit in mijn eentje maar door de corona maatregelen was het een mooie uitdaging. En ik kan het iedereen aanraden, het is een soort therapie of meditatie op de fiets. Maar dan voor mensen die geen therapie en meditatie willen.

De finish van de Amstel Gold race in Vilt.

Op de Cauberg schakel ik wat lichter, ik ben immers net begonnen, en passeer een wat oudere man op zijn stalen ros. Goedemorgen roep ik hem toe en trap verder, hij zegt “wat ben jij goed gemutst? Fijne dag!”. Ik denk dat de motivatie er vanaf straalde. Boven schakel ik bij en trap verder richting Vilt. Wanneer ik het dorp weer uit fiets knijp ik in de rem en stop bij een vage witte lijn op de weg, de streep van de Amstel Gold Race. Even zakken mijn gedachten af naar Van der Poel die hier vorig jaar wielergeschiedenis schreef. Dit jaar bleef het stil, hoewel misschien komt er toch nog een Amstel in oktober?

Ik raas naar beneden over de Rijksweg naar Maastricht, vlak voor de stad opdoemt sla ik linksaf om richting Bemelen te gaan. De Bemelerberg doemt op, vanuit het dorp langs de kerk slingert de weg langzaam omhoog en mijn gedachten gaan terug naar 2017. Philippe Gilbert en Michael Kwiatkowski vochten het hier uit en ontsnapten uit een kopgroep op een manier die ik niet eerder zag. Gilbert klopte de arme Michael uiteindelijk in de sprint en won zo zijn 4e Gold Race. Ik trap verder en zette koers richting de volgende opdracht.

Overigens volg ik Lus 2 van de Amstel die in mijn ogen het mooiste is en het meeste van Zuid Limburg laat zien (bekijk ‘m hier https://www.strava.com/activities/3597849276 Red.). Ik heb de route her en der iets aangepast om ook de Eyserbosweg, Fromberg en Keutenberg mee te pakken.

Één van de vele kruisbeelden langs de route.

Ik kom door Cadier en Keer en Sint Geertruid, telkens als ik die laatste plaatsnaam hoor speelt er in mijn hoofd een fragmentje af van Sander Kleikers af die vertelt dat het peloton het vals plat richting Sint Geertruid oprijdt en alles nog onder controle heeft met een kopgroep van 4 renners uit kleine ploegen op 4 minuut 30. Wat me altijd opvalt in Limburg zijn de kruisbeelden en kapelletjes langs de weg. Ook Brabant kent er veel maar Zuid-Limburg spant de kroon. Wanneer je bij elk kapelletje of beeld een kruisje wilt slaan zit je de hele weg met één hand aan het stuur.

Mijmerend gaat het verder richting Slenaken om via Epen Camerig te bereiken. Daar ligt ze “Dé Camerig” de langste klim van Nederland. Meteen 8 procent omhoog en een scherpe bocht naar links. De weg vlak ietsjes af en ik klim rustig verder naar boven. Voorbij restaurant Buitenlust, het Nederlandse Chalet Renard, zak de weg iets en zet ik aan. Met een vaartje begint deel twee van de Camerig en slinger ik onder andere via de haarspeldbocht verder naar boven.

Bron: l1.nl

Vanaf de top van de Camerig zak ik af naar Vaals waar het drielandenpunt wacht. Eerst ‘even’ de Vaalserberg op, niet de langste maar wel de hoogste berg van ons land. Ik schakel naar het binnenblad en besluit lekker om me heen te kijken. Tijdens elke Amstel Gold Race sta ik hier om het peloton aan te moedigen. Alles zit hier vaak nog mooi bij elkaar met uitzondering van die kleine groep koplopers die steevast voorop rijdt tot 60km voor de meet. Bovenop een vlugge stop voor een toeristenfoto bij de grenspaal en het hoogste punt van Nederland (322,4m boven NAP).

De zendmast bovenop de Eyserbosweg.

Via de prachtige Belgische kant van de Vaalserberg daal ik weer af en zoef richting Camerig, ook deze naar beneden. Na een aantal korte venijnige klimmetjes kom ik aan in Wahlwiller. Verderop doemt ze al op: de zendmast bovenop de Eyserbosweg. De klim die als scherprechter in de Amstel geldt en menig kuit van de wielertoerist doet samentrekken van de kramp. Eerst nog naar beneden door Eys, links, rechts en de meteen loopt de weg met een procent of 8 op. Steeds iets steiler. Links doemt een oude knotwilg op, voor Michael Boogerd was dit het teken om te gaan. Rustig blijven, duwen, duwen, duwen want…. Het venijn zit in de staart. De benen zitten vol van het eerste stuk maar links om de bocht begint het pas echt, de weg loop draaiend op naar 17% en het melkzuur spuit nog net niet uit de oren. Links is een klein zandweggetje waar een wielrenner met rood aangelopen hoofd voorovergebogen over zijn fiets staat te puffen. De weg heeft gewonnen… Hoe sadistisch het ook is, ik kan een kleine grijns niet onderdrukken en duw nog net iets harder op de pedalen.

Door naar Simpelveld met de Hulsberg. De klim is minder bekend maar zeker niet te onderschatten, tussen de huizen loopt de klim een kilometer lang met percentages tussen de 5 en 10% omhoog. Door naar Ubachsberg en dan de mooiste glooiende weg van heel Limburg op. De Vrakelbergweg het fijne asfalt loopt geleidelijk af. Zonder moeite zoevend met 40km/h naar beneden. Plots in de remmen en rechtaf, meteen 10% omhoog.

De Fromberg, in drie stappen overbrug je er 70 hoogtemeters. Geen lastige klim en het tempo blijft er lekker in. De benen prikken wel na alle vorige beklimmingen maar met weinig moeite kom ik boven. De afdaling na de Fromberg doet me altijd denken aan Franse taferelen, een smalle landweg tussen de velden met her en der een plukje bomen, donkere luchten afgewisseld met zon maken het helemaal af. Goed opletten voor losliggend grind in de scherpe bochtjes.

Door een smal spoortunneltje schiet ik Schoonbron binnen, rechtsaf de Valkenburgerweg op. Voorbij het tankstation, ik passeer nog een kapelletje, waar het laatste schietgebedje de hemel in gestuurd werd. Over de Kleine Geul en het routebordje van de Amstel Gold Race wijst links de weg over. Engwegen heet het smalle straatje tussen een huis en heg. Niets wijst op wat wacht, al zou de naam van de straat al angst in kunnen boezemen. Eenmaal in het smalle straatje ligt rechts een camping met daarachter een bult, die als een zwerende puist omhoog steekt. Doet het al zeer? Net voor de weg een bocht naar rechts maakt staat een bordje met “22%, 100m”. Toch maar naar het binnenblad? De smalle weg slingert tussen de huizen van Engwegen door en loopt iets op. “Is het alles?” schiet even door het hoofd, maar na talloze keren weet ik wel beter. De laatste knik naar links en voor je ligt een splitsing. 22% en een pijl naar links verraden de route. Een beetje verscholen tussen de bomen zie je een smalle muur met wat asfalt er tegenaan gegooid. Ja, dat is ‘m! De Keutenberg. Plofte de kuiten nog niet op de Eyserbosweg dan zorgt deze boeman er zeker voor. Vanuit het begin meteen 22% omhoog en de eerste 500 meter vlakt het amper af. De kuiten schreeuwen om genade maar hey, al je vrienden kijken mee op Strava dus doorzetten! Eenmaal boven op de top in het gehucht Keutenberg ben je er nog niet van af. De weg loopt nog kilometers lang gemeen vals plat omhoog. Geen seconde rust voor de benen.

Gilbert op de Cauberg (foto in 2014)

Na al deze beproevingen, de eindeloze weg naar Ijzeren en Sibbe komt de beloning de Daalhemerweg. Zonder veel trappen met een gangetje van 50km/h zoevend Valkenburg binnen. Rechts de Steenkolenmijn en even verderop de Fluweelengrot en kasteelruïne. Dan komt het beslissende stuk van de rit, 130km gehad en nu? De benen kunnen nog wel even en de kop wil ook nog. Het Grendelplein, lege terrassen door de coronette maar volle herinneringen aan Amstels en het WK waar er voor mijn gevoel 4 miljoen mensen op een klein pleintje stonden. Rechtsaf naar de auto, linksaf terug de Cauberg op, de gedachten stoppen en mijn fiets draait links. Schakelen? Nee, het eerste stuk sprinten op het buitenblad. Ik waan me even Gilbert die de laatste sprint naar de top inzet en haal twee mannen die rustig peddelen op hun fiets in. In mijn verbeelding kijken ze me verbaasd na en zeggen tegen elkaar ‘waat unne gek!’, ik ben immers in Limburg. Ploeterend kom ik dichter bij het casino en de brug hoog boven de alsmaar stijgende weg. Nog even doorbijten en ik ben er.

Na de Cauberg begint het van voor af aan. Vliegen naar Maastricht, net voor de stad begint linksaf naar Bemelen en weer de Bemelerberg op. Het grote verschil is dat er nog maar een ding rest… Nog een heerlijke afdaling van de Daalhemerweg en door naar de auto. 150km verder leg ik de fiets in de kofferbak en plof voldaan achter het stuur om met een podcast op de rit naar Brabant terug te maken.

Brabant, dat nooit zo mooi wordt als Limburg. Waarom niet? Het is er plat.

Één reactie op “Kruisbeelden en afzien in Limburg.”

  • M leijdekkers

    Heel mooi geschreven .
    Mieke

    Beantwoorden

Reageren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *